Aanscherping openbare ordebeleid voor criminele vreemdelingen

Marechaussee
Senator Eric Holterhues - portret.jpg
Door Eric Holterhues op 9 juli 2024 om 09:45

Aanscherping openbare ordebeleid voor criminele vreemdelingen

Allereerst felicitaties aan het nieuwe kabinet. De fractie van de ChristenUnie wenst het kabinet wijsheid en zegen toe bij de vele grote en complexe dossiers die spelen in Nederland en die ons inziens niet opgelost kunnen worden met oneliners.

Wanneer in een wet het woord  ‘vreemdeling’  staat, zoals hier in de wet Aanscherping openbare-ordebeleid voor criminele vreemdelingen, wordt in ons gepolariseerde land bijna als vanzelf gedacht aan asielzoekers. Laat mijn fractie voorop stellen dat de minister ons aan haar zijde zal vinden wanneer het gaat om het heel stevig aanpakken van overlast gevende asielzoekers en veiligelanders. Een heel klein gedeelte overigens van de totale groep asielzoekers, die weer gemiddeld slechts 10% uitmaken van de totale instroom aan migranten. Vandaag is dat niet aan de orde: de wet die wij vandaag bespreken gaat niet over asielzoekers. Deze wetswijziging betreft meerderjarige vreemdelingen die hier geboren zijn of voor hun vierde jaar hier zijn komen wonen. Het is een subgroep tweedegeneratie-migranten in Nederland. In totaal gaat het om zo’n 5 à 6.000 personen.

Uit de toelichting en de beantwoording van de vragen in de schriftelijke ronde begrijpt mijn fractie dat de voorgestelde wetswijziging een dubbel doel dient: het beschermen van de openbare orde en het consistent of consistenter maken van wetgeving. Op zichzelf behartenswaardige doelen, die mijn fractie  steunt. Om deze doelen te bereiken stelt de minister voor om de bijzondere positie van vreemdelingen die in Nederland zijn geboren of voor hun vierde jaar naar Nederland zijn gekomen, grotendeels op te heffen. De laatste zin van artikel 21 lid 4 van de huidige vreemdelingenwet waarin deze bijzondere positie wordt gewaarborgd, wordt aangepast. Daarmee wordt de mogelijkheid vergroot om de aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd van een migrant uit deze groep af te wijzen.

Versterken openbare orde en proportionaliteit
Mijn fractie vraagt zich af of deze voorgestelde wetswijziging inderdaad de openbare orde belangrijk zal versterken. Dit wetsvoorstel gaat over vreemdelingen die meerderjarig zijn en al voor hun vierde verjaardag in Nederland arriveerden of hier zelfs geboren zijn. Het gaat in  deze gevallen dus om vreemdelingen die in Nederland zijn ontspoord en zijn veroordeeld voor strafbare feiten. De geschonden rechtsorde is hersteld door de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf.

In dit voorstel gaat het dus om jongeren die na het plegen van een misdrijf hun straf hebben uitgezeten. Zijn dat dan nog steeds criminelen? Hier wordt gesuggereerd dat iemand zijn  leven lang crimineel blijft en zo beschouwd moet worden, terwijl een belangrijk kenmerk van onze rechtsstaat is dat iemand die een misdrijf heeft begaan en zijn of haar straf heeft uitgezeten weer een burger als ieder ander mag zijn. (Het strafblad daargelaten, maar dat is een maatregel van een heel andere orde dan weigering van een verblijfsvergunning, die gedwongen vertrek uit Nederland impliceert.) Graag een heldere reactie hierop van de minister.

Ter ondersteuning van het wetsvoorstel stelt het kabinet in de nota naar aanleiding van het verslag: ‘Het uitgangspunt is dat Nederland veiliger wordt als criminelen Nederland verlaten.’ 

Is het niet principieel juister om deze in Nederland opgegroeide vreemdelingen na hun  straf in Nederland te laten re-integreren in de maatschappij, waarbij het voorkomen van recidive uiteraard het doel moet zijn? Hoe verhoudt zich dit met artikel 1 van onze Grondwet, die zegt dat ‘allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk worden behandeld’? Graag een reactie van de minister in deze.

Voorts is het voor mijn fractie onduidelijk welk probleem hier nu eigenlijk wordt opgelost. Het is onduidelijk om hoeveel gevallen per jaar het zal gaan omdat data ontbreken. Vast staat wel dat het geen groot aantal is. De IND komt na een ruwe schatting tot 20 personen die per jaar voor beoordeling in aanmerking komen. Neem daarbij dat altijd een individuele beoordeling nodig is om te bezien of een afwijzing van de vergunningsaanvraag mogelijk is. Het zal uiteindelijk per jaar om een enkel geval gaan waarin de verblijfsvergunning geweigerd zal worden.

Daarom rijst bij mijn fractie de vraag naar de proportionaliteit van deze wetswijziging. Welk openbare-ordeprobleem wordt hiermee nu opgelost? Kan de minister daarop reflecteren, zeker omdat data ontbreken en de IND niet verder komt dan een ruwe schatting?

Uitvoerbaarheid
Indien de proportionaliteit van dit wetsvoorstel redelijkerwijs kan worden aangetoond, dan zet mijn fractie grote vraagtekens bij de effectiviteit en uitvoerbaarheid van deze wetswijziging. Als er al een effect is op de openbare orde, wordt die met dit wetsvoorstel dan niet juist onder druk gezet? De kans is namelijk reëel dat meerderjarige vreemdelingen met een geweigerde verblijfsvergunning niet uit ons land vertrekken, maar in het illegale circuit belanden. Deze mensen hebben immers nooit of slechts kort in een ander land gewoond. Ook bestaat er de kans dat landen de uitzetting van deze vreemdelingen niet accepteren. Als deze kleine groep in de illegaliteit verdwijnt en daardoor afhankelijk wordt van illegaal werk of criminaliteit zijn we verder van huis.

Hoe denkt de minister deze averechtse effecten te adresseren en te voorkomen dat deze wetswijziging, in de enkele gevallen waar we het waarschijnlijk over hebben, contraproductief werkt?
Mijn fractie vraagt de minister ook hoe zij ervoor zorgt dat landen hun onderdanen daadwerkelijk terugnemen, ook als de reden van hun uitzetting duidelijk wordt. Hoe voorkomt ze dat deze migranten illegaal in Nederland blijven, zeker omdat vreemdelingenbewaring alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk is? Kan zij aantonen dat migranten waarvan de verblijfsvergunning vanwege de openbare orde is ingetrokken of geweigerd in de huidige praktijk Nederland daadwerkelijk verlaten?

Consistentere wetgeving
Het  tweede doel van deze wet is het consistenter maken van de wetgeving. Uit de wetsgeschiedenis begrijpt mijn fractie dat het doel van artikel 21 lid 4 van de Vreemdelingenwet was om in Nederland gewortelde kinderen van migranten te voorzien van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en hen te beschermen tegen uitzetting. Die bescherming wordt nu opgeofferd aan het consistent maken van wetgeving, zo begrijpt mijn fractie.

Betekent dit dat de minister van oordeel is dat de bescherming van deze groep vreemdelingen niet langer noodzakelijk is? Als dat zo is: op grond waarvan is zij dan tot dit oordeel gekomen? In de memorie van toelichting leest mijn fractie daar jammer genoeg niets over.
In dat licht vraagt mijn fractie de minister waarom ervoor is gekozen de bescherming van art. 21 lid 4 zodanig in te perken dat de opgelegde straf niet langer leidend is. Ook als je van mening bent dat de weigeringsgronden moeten worden uitgebreid, is het verschil tussen de huidige situatie en het wetsvoorstel immers groot.

In dit verband heeft mijn fractie nog een andere opmerking. De ambtsvoorganger van de minister heeft in zijn beantwoording van schriftelijke vragen uit deze Kamer opgemerkt dat dit wetsvoorstel geen punitief doel heeft. Formeel is dat juist, omdat het gaat om een beslissing van de IND en niet om een uitspraak van de strafrechter. Maar in de praktijk is het effect natuurlijk wel dat een vreemdeling uit deze groep zijn verblijfsrecht op het spel zet, terwijl een dader met een Nederlandse nationaliteit dat gevaar niet loopt.

De uitwerking is dus wel degelijk punitief, terwijl dit wetsvoorstel bovendien leidt tot ongelijke behandeling. Voor de goede orde: het gaat hier altijd om vreemdelingen die in Nederland zijn opgegroeid, nooit om vreemdelingen die zich nog maar kort in Nederland bevinden. Kan de minister daarop reageren?

Samenvattend. Zoals u begrepen hebt is mijn fractie nog niet overtuigd van de noodzakelijkheid, de proportionaliteit en de uitvoerbaarheid van deze wetswijziging. Wij zien daarom uit naar een reactie van de minister op onze vragen.

Labels: ,