Maritiem

donderdag 03 december 2020

Kamerstuk 31409

Bijdrage aan een algemeen overleg met minister van Nieuwenhuizen Wijbenga van Infrastructuur en Waterstaat

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Er staan veel punten op de agenda. Ik wil beginnen de minister te bedanken voor haar uitgebreide en adequate reactie op het OVV-rapport over de MSC Zoe en de aanbevelingen.

Omdat we zo weinig spreektijd hebben, moet ik mij beperken tot de onderwerpen waarop ik wil doorvragen en waarvan ik denk dat daar nog ruimte zit om misschien nog een stap verder te gaan.

Een van de belangrijkste aanbevelingen, die hier in het debat ook altijd een rol heeft gespeeld, is hoe we met de zuidelijke vaarroute omgaan. Uit het gesprek van de Kamer met de OVV hebben we eigenlijk bevestigd gekregen dat we, met wat we nu in handen hebben, voldoende onderbouwing hebben om richting de IMO te gaan, samen met Duitsland en Denemarken, om een oproep te doen om de vaarroute af te sluiten voor de grote containerschepen.

In de reactie van de minister op de brief zien we nu echter dat de eerste contacten met Duitsland en Denemarken daarover niet bevredigend zijn en niet echt op draagvlak kunnen rekenen om die stap te zetten. Wil de minister hier nader op ingaan? Kan zij toelichten wat hier de bottleneck is?

Wat de ChristenUnie betreft, doen we een nieuwe poging. Er zou met Duitsland en Denemarken een top moeten komen over de Wadden en over het sluiten van de vaarroute. Wat de ChristenUnie betreft, zouden we de weg naar de IMO wel moeten bewandelen. Graag een reactie daarop van de minister.

De voorzitter:
Mevrouw Postma heeft een interruptie.

Mevrouw Postma (CDA):
Collega Van der Graaf laat hier een belangrijk punt zien. Ik had het in mijn inbreng ook over het feit dat het belangrijk is om naar de IMO te gaan, juist om de casus goed voor te bereiden. We moeten dit met een goed onderbouwde casus opbouwen, met Denemarken en Duitsland erbij, en ervoor zorgen dat we uiteindelijk de mogelijkheid hebben om die routes dicht te doen.

Mevrouw Van der Graaf zei dat er voldoende informatie is. Het CDA ziet echter een aantal punten die nog nader moeten worden onderzocht, zoals de feeders die ik noemde, maar ook het effect van het groene water op de schepen, en het effect van volle beladingen op ons kwetsbare ondiepe Waddengebied. Is mevrouw Van der Graaf het met het CDA eens dat het nodig is om daar een extra onderbouwing voor te geven, om de kans van slagen voor de minister groter te maken als zij dit op IMO-niveau naar voren gaat brengen?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik hoor daar vooral een interpretatie van het CDA. We hebben een heel doorwrocht OVV-rapport. Daar zit zo veel in dat we die route volgens mij alvast kunnen gaan inzetten. Er is ook met MARIN gesproken. Dat heeft ook nog op een paar punten gewezen. Het een sluit het ander niet uit.

Het is best goed om nog eens te kijken wat je aan onderbouwing kunt doen, maar dat sluit niet uit om nu al de stap in gang te zetten. Dat moet wel met Duitsland en Denemarken, want die hebben we hierbij nodig. Het een sluit het ander niet uit.

Als het CDA nu voorstelt om te talmen en te wachten, dan zet de ChristenUnie daar iets tegenover. Wij zeggen: now is the time; we gaan nu deze stap zetten. Het is straks bijna twee jaar geleden dat die ramp heeft plaatsgevonden, maar we hebben gehoord dat het morgen weer kan gebeuren. We moeten niet talmen.

De voorzitter:
Mevrouw Postma nog?

Mevrouw Postma (CDA):
Dat valt me toch tegen van de ChristenUnie. We zien volgens mij allemaal, elke partij die hier aan tafel zit, het belang van het beschermen van het Waddengebied. Hier is absoluut geen sprake van talmen. Wat we wel graag willen, is dat het slaagt. Wat het CDA betreft, gaan we en-en inzetten. Maar het is wel belangrijk om de onderbouwing goed te doen. Ik wil daar van mevrouw Van der Graaf graag een reactie op. Wat het CDA betreft, kunnen beide starten, maar zonder goede onderbouwing acht ik de kans van slagen minder groot. Dat risico moeten we met z'n allen niet willen nemen.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik hoor mevrouw Postma dat zeggen, maar ik vind het lastig. Ik heb de OVV hoog zitten. De OVV zegt dat we met dit rapport een goede onderbouwing hebben geschreven. Ik krijg dat ook bevestigd vanuit de praktijk. Dit is een conclusie waar we op af kunnen gaan, want anders hadden ze dat ook niet richting de minister aanbevolen, en had de minister ook niet alvast de stap richting Denemarken en Duitsland gezet.

Ik vind het lastig om nu helemaal op de interpretatie van het CDA te varen. We vinden elkaar wel in het feit dat we voor een deugdelijke onderbouwing moeten zorgen. De ChristenUnie denkt dat we die nu hebben. Ik denk dat het goed is dat de minister hierop ingaat en dat zij ook ingaat op waar zij nog licht ziet. Het is ook nuttig om te weten hoe het gesprek met Duitsland en Denemarken is verlopen. Maar laten we niet talmen. Het is de hoogste tijd.

De voorzitter:
Gaat u verder met uw betoog.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik vraag naar de mogelijkheid om gebruik te maken van de status van de Waddenzee als Particularly Sensitive Sea Area. Dat zegt de OVV ook. Zouden we de regio geografisch kunnen uitbreiden, zodat we meer routeringsmaatregelen kunnen treffen? Graag een reactie daarop van de minister.

Zouden we, zoals ik al eerder heb aangegeven, de Wet bestrijding maritieme ongevallen niet moeten aanpassen om beter te kunnen interveniëren? Voor de territoriale wateren is de wet oké, maar voor de exclusieve economische zone is de wet eigenlijk een hele nauwe interpretatie van het internationale zeerecht. Daar is meer nodig. Ik wil een specifieke reactie van de minister hierop, want in de brief van 26 oktober is hier te weinig op ingegaan.

Dan vraag ik nog naar de mogelijkheid om de VTS-gebieden in te stellen. Dat zijn extra gebieden waar de Kustwacht schepen directiever en actiever kan adviseren. De minister geeft aan daar nu geen noodzaak voor te zien, maar ik zou haar toch willen vragen om ernaar te kijken. We horen ook van de Kustwacht dat het wenselijk is, dus graag een reactie daar nog op van de minister.

Dan kom ik op de zero-emissiebinnenvaart. Als we in het huidige tempo doorgaan, halen we het doel van ten minste 150 emissieloze schepen in 2030 niet. Dat doel is neergelegd in het Klimaatakkoord en in de green deal. Gelet op het feit dat bij de binnenvaart geen dieselaccijns wordt geheven maar schippers wel energiebelasting over de elektriciteit betalen, is er sprake van ongelijke fiscale behandeling, in het voordeel van de fossiele brandstoffen. Wat de ChristenUnie betreft, zou het interessant zijn om een tijdelijk nihiltarief te heffen voor de energiebelasting op emissieloze binnenvaartschepen. Graag een reactie daarop van de minister.

Mede namens mevrouw Kröger vraag ik hoe het met het schadefonds staat. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de MSC Zoe daadwerkelijk verantwoordelijk blijft? De vervuiler betaalt voor al die plasticvervuiling in het Waddengebied.

Hoeveel tijd heb ik nog, voorzitter?

De voorzitter:
Eigenlijk nul, maar misschien nog een slotvraag. Er staat heel veel op de agenda.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Er staat inderdaad veel op de agenda en we hebben maar vier minuten spreektijd. Ik wil nog wel een ander punt aanstippen vanuit de binnenvaart. De ASV heeft bij ons voor een aantal punten aandacht gevraagd. Zij vragen ook aandacht voor de crisishardheidsclausule, zodat schippers hun certificaat kunnen behouden. Nederland zou dat in de CCR moeten vragen. Ik vraag een reactie hierop van de minister. Is zij bereid om hier aandacht voor te vragen?

Dan sluit ik hiermee af.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Dijkstra had nog een interruptie.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik wilde weten wat mevrouw Van der Graaf specifiek van de binnenvaart vond. Ik wilde haar wat tijd gunnen.

De voorzitter:
Het is heel aardig dat u haar daarvoor de ruimte biedt, maar het is wel een hele open vraag, waar een antwoord van tien minuten op kan komen.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik ben wel blij met deze vraag, want dat geeft mij de gelegenheid om een ander punt op te brengen. Dat raakt niet zozeer aan de binnenvaart, maar wel aan de binnenwateren. Mevrouw Postma vroeg net aandacht voor de muistromen in de zomer. Ik sluit me aan bij de zorgen die daarover zijn geuit.

We zagen echter ook dat het op de binnenwateren en de meren ongelooflijk druk was. Er was wat geklier en er waren wat problemen.

De voorzitter:
En uw antwoord op de vraag is?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Er geldt op dit moment een vaarbewijs voor boten vanaf 15 meter, maar moeten we niet ook een vaarbewijs voor boten vanaf 5 meter invoeren? Er zitten veel mensen op het water die geen vaarbewijs hebben, maar daar wel varen. Het is druk. Er is nauwelijks nog waterpolitie. Is de minister bereid om hiernaar te kijken? Het heeft de afgelopen zomer immers tot veel problemen geleid.

De voorzitter:
Ik denk dat de heer Remco Dijkstra nu spijt heeft van zijn open vraag. Nee, we gaan het niet weer doen. Mevrouw Postma is sowieso door haar interrupties heen. De heer Van Aalst heeft nog een interruptie.

De heer Van Aalst (PVV):
Ja, de heer Van Aalst heeft er nog twee. Ik sloeg aan op het verhaal van de energiebelasting. Ik was even nieuwsgierig. We zitten hier altijd voor de binnenvaart. De binnenvaartschippers die een wat ouder schip hebben, willen helemaal niet aan de green deal meedoen, simpelweg óf omdat het materieel er niet is óf omdat ze het geld niet hebben. Maar hoor ik nu dat u die mensen die blijkbaar wel zo'n elektrisch schip hebben, wilt compenseren? Het is juist de traditionele binnenvaartschipper die het heel zwaar heeft. Moet u die niet compenseren?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik vind het belangrijk dat we de vergroening en de verduurzaming in de hele binnenvaart kunnen doen, dus ook voor de kleinere schepen. Maar ik zie wel dat er meer moet gebeuren. Daarom vraag ik hier aandacht voor. Daarom vraag ik een reactie van de minister op wat zij zou kunnen doen. Ik vind het belangrijk dat iedereen kan meedoen. We moeten ook oog hebben voor de kleinere schepen en de kleinere ondernemers. Wij vinden dit belangrijk. Ik weet dat de heer Van Aalst dit niet belangrijk vindt, maar de ChristenUnie wel.

De voorzitter:
Iedereen doet ontzettend aan uitlokken. De heer Van Aalst.

De heer Van Aalst (PVV):
Ik ben altijd al bezig met maritiem, dus ik weet wat er speelt in de binnenvaart. Ik begrijp eigenlijk niet zo goed wat de ChristenUnie hier nu inbrengt. Mevrouw Van der Graaf noemt op een bepaald moment zelfs nog iets over een issue dat nu speelt. We moeten de binnenvaart gaan helpen, omdat die in de problemen komt met die regels. Dat is inderdaad een probleem. Die mensen kunnen helemaal geen nieuw schip aanschaffen. Ik begrijp het niet. Met het nihil stellen van energiebelasting voor groene schepen lost u geen probleem op. Deze mensen kunnen helemaal niets. Die hebben door de coronacrisis nog weer een extra druk gekregen. U wilt een oplossing voor een probleem dat niet bestaat. Het probleem is dat de kleine binnenvaartschippers zo'n beetje onder water staan, omdat ze door een aantal regels geen bestaansrecht meer hebben. Bent u het met mij eens dat u daar aandacht aan zou moeten besteden?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Nee. Er is een ongelijke fiscale behandeling en dat vinden wij een probleem. De fiscale behandeling is nu in het voordeel van de vervuilende brandstoffen. Wij willen de schone brandstoffen stimuleren. Dat is onze politieke opvatting. We vinden dat belangrijk. Wat is de reactie van de minister daarop?

De voorzitter:
Dank u wel.

« Terug